Brilduiker

Een tijdje geleden was ik samen met Jan in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. We kozen een plekje aan de lijzijde van de hut. Heel in de verte dobberden een paar kleine eendjes. Nou ja dobberen, de meeste tijd waren ze onder water.

Het bleken brilduikers te zijn. De mannetjes hebben een donkergroene kop met een witte vlek tussen oog en snavel, ook wel de ‘bril’ genoemd. De vrouwtjes hebben deze bril niet. Opvallend kenmerk van de brilduiker is het wat puntige hoofd. De brilduiker staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels in de categorie ‘Gevoelig’. Met de sterke zoom van mijn bridgecamera kon ik ze binnen bereik krijgen. Het nadeel van een dergelijke camera vind ik toch wel dat de tekening en de kleuren vervagen…

De brilduiker is gebonden aan waterpartijen die zich dicht bij de kust bevinden en minder dan 10 meter diep zijn. De soort overwintert overwegend op zee, binnenwateren en baaien. Ook komt hij aan rivierdelta’s, in meren en reservoirs voor. In Nederland heeft de brilduiker zich daarnaast gevestigd op landgoederen met grote vijverpartijen en bossen. Als ik de informatie op de site van de vogelbescherming lees dan lijkt het erop dat het de brilduiker een ongewone gast is in de Jan Durkspolder.

Een brilduiker in vlucht.

Bij de Leijen

Een paar weken geleden gingen mijn fotomaatje en ik naar de Leijen bij De Tike.

Het pad naar de vogelkijkhut was modderig. Gelukkig waren we qua schoeisel goed voorbereid.

Halverwege het pad genoten we van het uitzicht op het zilverkleurige riet.

Het laatste deel van de wandeling gaat via een vlonder. Dat loopt net wat comfortabeler.

We hadden de hoop uitgesproken dat we misschien daar baltsende futen zouden treffen, maar helaas. Naast het mooie uitzicht was er weinig leven te bekennen.

Door het zijluik hadden we onderstaand uitzicht.

Achter het riet zwom een groepje smienten. Ze hadden het druk met elkaar. Jan dacht dat ze voorjaar in hun kop hadden. Toen het er op leek dat de smienten niet van plan waren om voorlangs te zwemmen en er verder ook niets spannends gebeurde besloten we weer terug te wandelen.

Onderweg naar de parkeerplaats maakte Jan een aantal detailfoto’s van diverse soorten mos. Die fotoserie is te zien op zijn weblog.

Terwijl Jan bezig was met het maken van bovenstaande fotoserie richtte ik mijn blik op het kunstwerk naast de parkeerplaats.

Naast het kunstwerk is een nieuwe picknicktafel geplaatst. Op een warmere dag is het daar vast goed toeven.

Ik was van plan om een apart log te maken over het kunstwerk, maar daar zie ik toch vanaf. Voor een mooie beschrijving en fotoserie verwijs ik gewoon naar het weblog van mijn fotomaatje.

Smienten in Jan Durkspolder

Jan en ik wandelden naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder.

Vanuit de kijkhut hadden we zicht op mooie wolkenluchten.

In de verte dobberden wel honderden smienten op de plas. In Nederland broeden slechts enkele paartjes, maar in de winter is de smient talrijk aanwezig. Smienten komen vanuit Scandinavië en Siberië naar Nederland om te overwinteren. Een aanzienlijk deel van de Noordwest-Europese populatie overwintert hier: het zijn er honderdduizenden. Zo staat er op deze site vermeld.

Plotseling ging de hele groep op de vleugels om vervolgens een eindje verder weer neer te strijken. Dit proces herhaalde zich een aantal malen.

Nadat we daar best een tijd hadden gezeten werden we toch zo langzamerhand wat koud en besloten we op te breken.

We wandelden terug naar de auto en vervolgden onze weg richting Earnewâld.

Zilverreiger in Easterskar

Op een zaterdag met grijs weer was ik in vogelkijkhut Skiere Goes in Easterskar. Ik was daar in de hoop om een waterral te zien en te fotograferen. Dat is helaas niet gelukt. Voor de rest viel er ook weinig te beleven. De vogels die er waren zaten ver weg.

Net op het moment dat ik wilde vertrekken kwam er een zilverreiger aangevlogen. De mooie sierlijke vogel landde vlak voor de kijkhut. De reiger schudde zich eerst even lekker uit…

…om vervolgens rustig stappend de omgeving te verkennen.

De zilverreiger wandelde naar dieper water om daar te foerageren.

Schijnbaar was dat niet helemaal de goede plek, want de reiger wandelde verder naar de, met riet bedekte, oever.

Voor mij was dat minder gunstig. Toch lukte het om tussen het riet door de zilverreiger nog een aantal keren in beeld te krijgen.

Ik vind het zo opvallend en mooi dat de zilverreiger zo keurig wit verenkleed heeft.

Nadat de zilverreiger de rietoever had afgestruind vloog hij even op om vervolgens iets verderop weer neer te strijken. Al foeragerend ging hij steeds verder bij de kijkhut vandaan.

Tijdens het fotograferen ontdekte ik dat de zilverreiger met enige regelmaat met de poten trappelde. Net zoals een kievit dat doet. Op internet leerde ik dat het een jachttechniek is. De zilverreiger trappelt met zijn poten om zo de visjes op te jagen. Ik maakte een filmpje van de zilverreiger. Op dat filmpje is dat trappelen ook een keer te zien.

Vogelkijkhut Skiere Goes

Het was op een zaterdag met grijs en nevelig weer. Vrij onverwachts brak de bewolking een beetje open en kwam er wat tekening in de lucht. Binnen een kwartier stelde ik mijn plannen bij en zat ik in de auto op weg naar vogelkijkhut het Skiere Goes in natuurgebied het Easterskar. Zie Google Maps.

Ik was in de week daarvoor getipt door een fotograaf. Ze had bij deze vogelkijkhut een waterral gezien en gefotografeerd. Een waterral wilde ik wel eens met eigen ogen zien…

Toen ik bij de kijkhut aankwam was het nog wat grijzer dan bij ons thuis. In de hut was ik alleen. Buiten de kijkhut was er weinig spannends te beleven. En een waterral was er al helemaal niet te zien. Toch heb ik het daar nog wel een tijdje volgehouden. Een beetje vogelaar moet immers wel geduld opbrengen.

Skiere Goes is Fries voor grauwe gans. Er was inderdaad geen gebrek aan grauwe ganzen. Er zwommen verder een aantal wilde eenden en nonnetjes in de plas en dat alles op grote afstand van de kijkhut. Aan de overkant van de plas stonden twee zilverreigers te foerageren.

Op het moment dat ik aanstalten maakte om terug te gaan naar de auto werd het toch nog de moeite waard, maar daarover later meer.

Vogelkijkhut Catskieker

Vandaag is het vervolg op deze serie. Rond zonsopkomst maakte ik een wandeling in de Catspoolder naar de vogelkijkhut Catskieker. De zon klom steeds hoger en wierp een rode gloed over het dunne laagje ijs.

Ik was daar voor de derde keer en weer viel het me op dat er iets “mis” is met de verhoudingen binnen deze kijkhut. Ik heb daar in januari 2020 ook al over geschreven op mijn weblog. De vloer en het bankje zijn namelijk te laag.

Met mijn 1.71 cm vind ik mezelf geen kleintje, maar toch kan ik niet over de rand heen kijken. Getuige onderstaande foto.

Als ik op mijn tenen ga staan dan heb ik het uitzicht zoals op de foto hieronder. Op de tenen staan houd ik niet lang vol. De opstapjes zijn te smal om daarop het evenwicht te kunnen bewaren. Als ik op het bankje ga zitten zie ik helemaal niets. Ik zal deze punten nogmaals onder de aandacht brengen bij It Fryske Gea, bijvoorbeeld op Twitter.

Een grote groep watervogels heeft met vereende krachten een wak open gehouden.

Ik zag kieviten, wilde eenden, krakeenden, brandganzen, grauwe ganzen, nijlganzen, een soepgans en een blauwe reiger. Maar de blikvanger was toch wel de zilverreiger.

Zwarte ruiter en andere steltlopers

Toen ik vanaf de zeehondenkijkwand via de kortste weg terugliep richting het bezoekerscentrum trof ik een paar mannen. Deze mannen wezen mij op de nieuwe vogelkijkhut en op de vogels die daar waren te vinden.

Ik had nog niet gehoord of gelezen dat daar een nieuwe vogelkijkhut is en was dan ook blij met deze tip.

Het is een degelijke en ruime vogelkijkhut. Het was druk in de plas voor de hut.

Een zwarte ruiter. Het was voor mij de eerste keer dat ik deze zag.

Dit is ook een zwarte ruiter.

Een kluut

Een kluut, een tureluur en een zwarte ruiter.

Mijn app zegt dat hieronder tureluurs staan, 100 procent zeker. Maar deze steltloper heeft gele poten en de snavel lijkt langer en is grijs gekleurd. Zou het een juveniel kunnen zijn?

Een kievit, volgens mijn nog een jong exemplaar.

En verder nog een verzameling van bovenstaande. De grauwe gans had ik nog niet genoemd. Op een gegeven moment ging bijna alles op de vleugels. Er zal wellicht een roofvogel overgekomen zijn die ik overigens niet heb kunnen ontdekken.

Een eilandje met lepelaars

Vanaf de waterlelies ben ik verder het Commissaris Cramerpad afgefietst.

In de buurt van vogelkijkhut Holtveen zag ik in de verte een eilandje met witte vogels erop.

Inzoomend zag ik dat het lepelaars waren.

De lepelaar hadden gezelschap van een grauwe gans en een nijlgans.

Aanvankelijk stonden de lepelaars te rusten met hun snavel in de veren. Dat zag er saai uit. Gelukkig kwam daar na enige tijd verandering in. Een voor een begonnen ze hun veren te verzorgen en kreeg ik mooi zicht op de kenmerkende snavel.

Een jonge kwikstaart

Onlangs was ik in alle vroegte op de fiets in Dwingelderveld. Nog voor zes uur maakte ik de eerste foto van het landschap in serene rust. Plotseling werd de stilte doorklieft door de roep van kraanvogels. Vol verwachting fietste ik verder…

Ik fietste naar de kijkhut bij de Davidsplassen. In de kijkhut kreeg ik al snel gezelschap van een paar jonge boerenzwaluwen. Ze bleven daar lange tijd zitten, net alsof ze wisten dat ze van mij niets te vrezen hadden. Tegen het dak van de hut werd een nest bewoond door piepjonge boerenzwaluwen. Wellicht was dit het tweede legsel.

Op een bepaald moment hoorde ik bij de ingang wat geluid. Ik keek om het hoekje van het schot en zag daar een jong vogeltje zitten.

De ouder zat op de trap bij de ingang met voedsel in de snavel. Het jong was dus een witte kwikstaart. Grappig om te zien dat het jong al net zo met het staartje op en neer wipt als de ouder.

Ik trok me weer terug in de kijkhut en liet ze verder met rust. Althans dat was mijn bedoeling maar het kleine ding dacht er anders over…

Dapper begon het jong de kijkhut te verkennen. Hij wandelde daarbij over mijn wandelschoen. Ik bleef rustig staan totdat het jong de ronde door de hut had afgemaakt en weer uitkwam bij de ingang.

Buiten de kijkhut zat de ouder te wachten totdat het jong weer zou verschijnen op de trap. Zolang ik in de buurt was durfde de ouder het kleine ding niet te voeren. Hoewel het mij daar nog niets verveelde ben ik toch weggegaan om ze niet langer te storen.

Ik vervolgde mijn weg langs o.a. de radiotelescoop. Daar heb ik nog een tijdje op een bankje gezeten en uitgekeken op de grote stille heide. Heerlijk zo vroeg op stap, er was nog bijna geen mens te bekennen. De kraanvogels heb ik nog wel een paar keer gehoord maar niet gezien.