Smienten in Jan Durkspolder

Jan en ik wandelden naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder.

Vanuit de kijkhut hadden we zicht op mooie wolkenluchten.

In de verte dobberden wel honderden smienten op de plas. In Nederland broeden slechts enkele paartjes, maar in de winter is de smient talrijk aanwezig. Smienten komen vanuit Scandinavië en Siberië naar Nederland om te overwinteren. Een aanzienlijk deel van de Noordwest-Europese populatie overwintert hier: het zijn er honderdduizenden. Zo staat er op deze site vermeld.

Plotseling ging de hele groep op de vleugels om vervolgens een eindje verder weer neer te strijken. Dit proces herhaalde zich een aantal malen.

Nadat we daar best een tijd hadden gezeten werden we toch zo langzamerhand wat koud en besloten we op te breken.

We wandelden terug naar de auto en vervolgden onze weg richting Earnewâld.

Zilverreiger in Easterskar

Op een zaterdag met grijs weer was ik in vogelkijkhut Skiere Goes in Easterskar. Ik was daar in de hoop om een waterral te zien en te fotograferen. Dat is helaas niet gelukt. Voor de rest viel er ook weinig te beleven. De vogels die er waren zaten ver weg.

Net op het moment dat ik wilde vertrekken kwam er een zilverreiger aangevlogen. De mooie sierlijke vogel landde vlak voor de kijkhut. De reiger schudde zich eerst even lekker uit…

…om vervolgens rustig stappend de omgeving te verkennen.

De zilverreiger wandelde naar dieper water om daar te foerageren.

Schijnbaar was dat niet helemaal de goede plek, want de reiger wandelde verder naar de, met riet bedekte, oever.

Voor mij was dat minder gunstig. Toch lukte het om tussen het riet door de zilverreiger nog een aantal keren in beeld te krijgen.

Ik vind het zo opvallend en mooi dat de zilverreiger zo keurig wit verenkleed heeft.

Nadat de zilverreiger de rietoever had afgestruind vloog hij even op om vervolgens iets verderop weer neer te strijken. Al foeragerend ging hij steeds verder bij de kijkhut vandaan.

Tijdens het fotograferen ontdekte ik dat de zilverreiger met enige regelmaat met de poten trappelde. Net zoals een kievit dat doet. Op internet leerde ik dat het een jachttechniek is. De zilverreiger trappelt met zijn poten om zo de visjes op te jagen. Ik maakte een filmpje van de zilverreiger. Op dat filmpje is dat trappelen ook een keer te zien.

Vogelkijkhut Skiere Goes

Het was op een zaterdag met grijs en nevelig weer. Vrij onverwachts brak de bewolking een beetje open en kwam er wat tekening in de lucht. Binnen een kwartier stelde ik mijn plannen bij en zat ik in de auto op weg naar vogelkijkhut het Skiere Goes in natuurgebied het Easterskar. Zie Google Maps.

Ik was in de week daarvoor getipt door een fotograaf. Ze had bij deze vogelkijkhut een waterral gezien en gefotografeerd. Een waterral wilde ik wel eens met eigen ogen zien…

Toen ik bij de kijkhut aankwam was het nog wat grijzer dan bij ons thuis. In de hut was ik alleen. Buiten de kijkhut was er weinig spannends te beleven. En een waterral was er al helemaal niet te zien. Toch heb ik het daar nog wel een tijdje volgehouden. Een beetje vogelaar moet immers wel geduld opbrengen.

Skiere Goes is Fries voor grauwe gans. Er was inderdaad geen gebrek aan grauwe ganzen. Er zwommen verder een aantal wilde eenden en nonnetjes in de plas en dat alles op grote afstand van de kijkhut. Aan de overkant van de plas stonden twee zilverreigers te foerageren.

Op het moment dat ik aanstalten maakte om terug te gaan naar de auto werd het toch nog de moeite waard, maar daarover later meer.

Vogelkijkhut Catskieker

Vandaag is het vervolg op deze serie. Rond zonsopkomst maakte ik een wandeling in de Catspoolder naar de vogelkijkhut Catskieker. De zon klom steeds hoger en wierp een rode gloed over het dunne laagje ijs.

Ik was daar voor de derde keer en weer viel het me op dat er iets “mis” is met de verhoudingen binnen deze kijkhut. Ik heb daar in januari 2020 ook al over geschreven op mijn weblog. De vloer en het bankje zijn namelijk te laag.

Met mijn 1.71 cm vind ik mezelf geen kleintje, maar toch kan ik niet over de rand heen kijken. Getuige onderstaande foto.

Als ik op mijn tenen ga staan dan heb ik het uitzicht zoals op de foto hieronder. Op de tenen staan houd ik niet lang vol. De opstapjes zijn te smal om daarop het evenwicht te kunnen bewaren. Als ik op het bankje ga zitten zie ik helemaal niets. Ik zal deze punten nogmaals onder de aandacht brengen bij It Fryske Gea, bijvoorbeeld op Twitter.

Een grote groep watervogels heeft met vereende krachten een wak open gehouden.

Ik zag kieviten, wilde eenden, krakeenden, brandganzen, grauwe ganzen, nijlganzen, een soepgans en een blauwe reiger. Maar de blikvanger was toch wel de zilverreiger.

Zwarte ruiter en andere steltlopers

Toen ik vanaf de zeehondenkijkwand via de kortste weg terugliep richting het bezoekerscentrum trof ik een paar mannen. Deze mannen wezen mij op de nieuwe vogelkijkhut en op de vogels die daar waren te vinden.

Ik had nog niet gehoord of gelezen dat daar een nieuwe vogelkijkhut is en was dan ook blij met deze tip.

Het is een degelijke en ruime vogelkijkhut. Het was druk in de plas voor de hut.

Een zwarte ruiter. Het was voor mij de eerste keer dat ik deze zag.

Dit is ook een zwarte ruiter.

Een kluut

Een kluut, een tureluur en een zwarte ruiter.

Mijn app zegt dat hieronder tureluurs staan, 100 procent zeker. Maar deze steltloper heeft gele poten en de snavel lijkt langer en is grijs gekleurd. Zou het een juveniel kunnen zijn?

Een kievit, volgens mijn nog een jong exemplaar.

En verder nog een verzameling van bovenstaande. De grauwe gans had ik nog niet genoemd. Op een gegeven moment ging bijna alles op de vleugels. Er zal wellicht een roofvogel overgekomen zijn die ik overigens niet heb kunnen ontdekken.

Een eilandje met lepelaars

Vanaf de waterlelies ben ik verder het Commissaris Cramerpad afgefietst.

In de buurt van vogelkijkhut Holtveen zag ik in de verte een eilandje met witte vogels erop.

Inzoomend zag ik dat het lepelaars waren.

De lepelaar hadden gezelschap van een grauwe gans en een nijlgans.

Aanvankelijk stonden de lepelaars te rusten met hun snavel in de veren. Dat zag er saai uit. Gelukkig kwam daar na enige tijd verandering in. Een voor een begonnen ze hun veren te verzorgen en kreeg ik mooi zicht op de kenmerkende snavel.

Een jonge kwikstaart

Onlangs was ik in alle vroegte op de fiets in Dwingelderveld. Nog voor zes uur maakte ik de eerste foto van het landschap in serene rust. Plotseling werd de stilte doorklieft door de roep van kraanvogels. Vol verwachting fietste ik verder…

Ik fietste naar de kijkhut bij de Davidsplassen. In de kijkhut kreeg ik al snel gezelschap van een paar jonge boerenzwaluwen. Ze bleven daar lange tijd zitten, net alsof ze wisten dat ze van mij niets te vrezen hadden. Tegen het dak van de hut werd een nest bewoond door piepjonge boerenzwaluwen. Wellicht was dit het tweede legsel.

Op een bepaald moment hoorde ik bij de ingang wat geluid. Ik keek om het hoekje van het schot en zag daar een jong vogeltje zitten.

De ouder zat op de trap bij de ingang met voedsel in de snavel. Het jong was dus een witte kwikstaart. Grappig om te zien dat het jong al net zo met het staartje op en neer wipt als de ouder.

Ik trok me weer terug in de kijkhut en liet ze verder met rust. Althans dat was mijn bedoeling maar het kleine ding dacht er anders over…

Dapper begon het jong de kijkhut te verkennen. Hij wandelde daarbij over mijn wandelschoen. Ik bleef rustig staan totdat het jong de ronde door de hut had afgemaakt en weer uitkwam bij de ingang.

Buiten de kijkhut zat de ouder te wachten totdat het jong weer zou verschijnen op de trap. Zolang ik in de buurt was durfde de ouder het kleine ding niet te voeren. Hoewel het mij daar nog niets verveelde ben ik toch weggegaan om ze niet langer te storen.

Ik vervolgde mijn weg langs o.a. de radiotelescoop. Daar heb ik nog een tijdje op een bankje gezeten en uitgekeken op de grote stille heide. Heerlijk zo vroeg op stap, er was nog bijna geen mens te bekennen. De kraanvogels heb ik nog wel een paar keer gehoord maar niet gezien.

Purperreiger in vlucht in De Auken

De laatste vogel uit mijn drieluik in De Auken is de purperreiger. De purperreiger is veel zeldzamer dan zijn soortgenoten, de blauwe reiger en zilverreiger.

Om te foerageren moeten ze hun nest verlaten en daar zat ik met spanning op te wachten. Ik had de spiegelreflex met 70-200 mm objectief in de aanslag. Daar vloog dan eindelijk een purperreiger langs. Te ver weg voor de 200 mm. Kroppen vond ik in dit geval jammer want dan zouden de grauwe ganzen buiten beeld vallen.

Een tijd later had ik meer geluk. Weer steeg er een purperreiger op. Deze keer vloog de grote vogel vlak over mij heen. Op de dag dat ik daar was stond er een straffe noordwesten wind. De reiger had moeite om in balans te blijven.

Op de site van vogelbescherming staat het volgende… De purperreiger is een sierlijke reiger met een fraai uiterlijk. Hij is donkerder, iets kleiner maar vooral slanker dan de bekende blauwe reiger. In vlucht vallen vooral de ver uitstekende poten met lange tenen op. De purperreiger is een moerasbewoner en broedt in kolonies in drassig, overjarig rietland en in door oud riet omgeven struweel. Het voedsel bestaat vooral uit vis en amfibiën, die in ondiep open water gevangen worden. Het zijn trekvogels, die overwinteren in West-Afrika ten zuiden van de Sahara. Purperreigers zijn een stuk zeldzamer dan de algemene blauwe reiger.

Na een tijdje genieten en fotograferen zag ik een dreigende lucht aankomen. Dat kon niet veel goeds betekenen. Ik had twee opties, of in de kijkhut de bui afwachten of op een drafje terug te gaan naar de auto. Ik koos voor de tweede optie. Theoretisch zou ik voor de bui uit kunnen rennen… Ik greep mijn spullen bij elkaar en draafde zoals gezegd richting de auto. Ik keek achterom en kon het niet laten om mijn camera te pakken en een foto te maken.

Dan weer in draf en dan weer snel een foto maken.

Ik zat precies op tijd in de auto. Het volgende moment vielen de eerste dikke regendruppels op de voorruit. Wat een timing.

Lepelaar in vlucht in De Auken

Behalve aalscholvers, zilverreigers en blauwe reigers broedden aan de overkant ook lepelaars.

Zoals ik in het vorige bericht al schreef en op bovenstaande foto is te zien, zaten de genoemde vogels ver bij de kijkhut vandaan. De meeste lepelaars zaten verscholen in de bosschage. Na enig geduld kon ik eindelijk een lepelaar vastleggen die zich in volle glorie liet zien. Inclusief het verwilderde kapsel.

Na lange tijd wachten had ik geluk. Een lepelaar steeg op vanaf het nest en vloog voor mij langs.

Aalscholvers in De Auken

Ik had jullie beloofd dat ik zou inzoomen op de grote vogels aan de overkant van het water. Vandaag begin ik met de de aalscholvers.

Er broeden veel aalscholvers in De Auken. Vanuit de vogelkijkhut heb je zicht op een aantal nesten. Ze hadden jongen en die waren ze druk aan het voeren. Om ze goed vast te kunnen leggen moet je wel veel telelens hebben. Ik heb zo goed en zo kwaad ingezoomd met mijn Nikon bridgecamera.

Een aalscholver vloog in de buurt van de vogelkijkhut. Op dat moment had ik net mijn Canon spiegelreflex met 70-200 mm zoom in de hand. Met een dergelijke camera kun je in de regel net wat beter een vogel in vlucht vastleggen dan met een bridgecamera. .