Bergeenden met jongen

Tussen de oude en nieuwe Waddendijk hield zich ook een paartje bergeenden op met negen jongen. En ook hier zie je dat er altijd eentje de laatste is…

Kluten en bergeenden kunnen het schijnbaar prima met elkaar vinden. Ze scharrelden mooi samen in het slik.

De ouders pasten goed op hun kleintjes. Toen ik een paar dagen later daar weer was, waren er nog steeds negen jongen. Het lukte niet om bij het ver inzoomen ze alle negen tegelijk op de foto te krijgen, daarom doen we hieronder een groepje van vijf jongen.

Als ik uit de auto stapte en de ouders mij in het vizier kregen loodsten ze steevast de jongen naar een plek verder bij mij vandaan.

 

Grauwe klauwier in de herkansing

In deze post plaatste ik foto’s van de grauwe klauwier. Het plekje die de klauwier toen had gekozen en de lichtomstandigheden werkten toen niet mee voor een goede fotoserie. Een paar weken later ging ik in de herkansing. Toen ik met de fiets op de plek aankwam trof ik daar een natuurfotograaf. Hij tipte mij over de uitkijkpost van dit vogeltje. Als ik dat plekje in de gaten hield dan was er een grote kans dat ik de grauwe klauwier goed in beeld zou krijgen.

Ik koos een strategische plek. Het mannetje kwam al snel in beeld, maar koos een aantal keren een minder gunstig plekje dan de plek die de fotograaf had aangewezen. Op onderstaande foto’s laat het mannetje zich wel mooi van achteren bekijken.

Even later koos het mannetje een plekje binnen een omlijsting van takken. Ook niet verkeerd.

Vervolgens landde de grauwe klauwier op een tak van een klein boompje. Met deze plek was ik ook tevreden. Het vogeltje zat mooi in het zonnetje alle kanten op te kijken.

Tenslotte koos het mannetje zijn vaste uitkijkpost. Op dat plekje liet hij zijn zang horen. Even later keek hij met zijn zwarte masker recht in de camera en tenslotte bleef hij poseren terwijl hij een smakelijk hapje had bemachtigd.

 

Putter plukt kale jonker

Na de fotoserie van de smaragdlibel liep ik richting het bruggetje. Vanuit de verte zag ik dat het bankje bezet was. Jammer.

Bij het bruggetje ontmoette ik voor de tweede keer de aardige mevrouw uit Kalenberg. Even daarvoor waren we allebei onze eigen weg gegaan. We kwamen weer gezellig aan de praat en wisselden onze recente foto-ervaringen uit. Tijdens dat gesprek viel mijn oog plotseling op een vogeltje wat landde op een kale jonker aan de overkant van de sloot. Uit de verte zag ik al dat het een putter was. Zachtjes wees ik haar op de putter. Met de camera in de aanslag slopen we, gebukt achter het struweel, richting de putter. Zo nu en dan richtten we ons een beetje op en maakten we een foto.

De putter moest soms moeite doen om in balans te blijven. Mijn bridgecamera kan een dergelijke vleugelslag niet bevriezen. Ach, een vleugelslag in beweging heeft ook wel weer wat.

De putter had ons waarschijnlijk niet in de gaten en bleef rustig doorgaan met het plukken van de kale jonker….

De natuurfotografe uit Kalenberg had mij even daarvoor verteld dat ze geen vogelaar was. Ze was echter wel blij met deze waarneming en fotoserie. Ze bedankt mij hartelijk voor de tip. Vlak voordat ze op de fiets stapte nodigde ze mij uit om vooral een keer een bakkie te komen doen in Kalenberg.

En die meneer op het bankje, die zat eerste rang. Hij heeft vast genoten van de capriolen van die ‘gekke’ dames…

Een specht voert jongen

Op een namiddag fietste ik over een fietspad in Drenthe. Plotseling hoorde ik een piepende boom. Een bijzondere gewaarwording.

Al snel ontdekte ik het gat waar het piepende geluid vandaan kwam. In een eikenboom zat een nest met met jonge spechten. Om een goed beeld te schetsen van mijn waarneming maakte ik er een filmpje van.  Na een korte opname liet ik het nest en de ouders met rust. Op grote afstand stelde ik mij verdekt op en richtte mijn camera op de boomstam. Ik maakte ook een paar korte filmpjes van de ouder die kwam voeren. Het geheel heb ik aan elkaar gesmeed en het resultaat is hieronder te zien.

Ik heb daar best een tijdje staan posten en foto’s gemaakt van de specht. Gekleed in korte broek en blouse met korte mouwen was dat geen pretje. De neefjes (mietsen) wisten me wel te vinden. Deze foto’s zijn gemaakt met de Nikon bridgecamera.

Een paar dagen later ben ik nog een keer teruggegaan met een andere camera. Voor die gelegenheid had ik alle lichaamsdelen bedekt. Alleen mijn neus en ogen waren nog vrij. Ook toen werd ik aan alle kanten belaagd door dorstige neefjes, maar ze kregen op deze manier geen kans om mijn bloed te drinken. Deze foto’s zijn gemaakt met de Canon spiegelreflex met 70 – 200 mm zoomobjectief.

Grauwe klauwier

Onlangs schreef Willie op haar weblog over de grauwe klauwier in Dwingelderveld. Omdat ik ook regelmatig in Dwingelderveld ben te vinden vroeg ik aan Willie in een privé-bericht waar ik dan moest zijn. Willie heeft me dat keurig uitgelegd en zo ging ik op pad. Na lang speuren met de verrekijker heb ik de grauwe klauwier in een flits voorbij zien komen, maar het was ook niet meer dan dat. Een week later ben ik er weer naartoe gegaan. Ik zat nog maar goed en wel op het bankje en warempel de grauwe klauwier vloog voor mij langs en streek neer op een lage tak van een enorme eikenboom.

Met de bridgecamera kan ik ver inzoomen, maar een dergelijke camera heeft ook beperkingen en dat heb ik op dat moment wel gemerkt. Het licht werkte niet mee en  de grauwe klauwier had ik ook nog eens een donker plekje gekozen. Toch ben ik wel blij met deze fotoserie.

De grauwe klauwier staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels als ‘bedreigd’. De afname van de grauwe klauwier in de vorige eeuw heeft zeker te maken met de aftakeling van het agrarisch buitengebied. Vooral het verdwijnen van talloze heggen en struwelen en de forse afname van veel grote insecten heeft een slechte uitwerking gehad op de soort. Verder speelde het verdwijnen van woeste gronden en verruiging door zure regen – speciaal in de duinen – een rol. Heeft zich door uitgekiend beheer hersteld in natuurgebieden in Oost- en Noordoost-Nederland. Herstel in de duinen blijft nog achter. Bron: site van de vogelbescherming.

Het is wel verslavend want nu wil ik binnenkort nogmaals terug om te proberen betere foto’s te krijgen. Voor een prachtige fotoserie van dit vogeltje verwijs ik naar het het weblog van Willie.

 

Boompieper poetst zijn verenkleed

In Dwingelderveld staan en liggen hier en daar dode bomen. Dergelijke bomen bieden een mooie uitkijk- en zangpost voor de vogels. Ook voor een fotograaf is het prettig als een vogel daar zijn plekje kiest, op deze manier heb je geen last van hinderlijke takken of gebladerte.

En zo trof ik het tijdens mijn fietstocht dat een boompieper een plekje had gekozen in een dode boom.

De boompieper leek geen angst te hebben voor mij en bleef mooi poseren. Nadat hij even om zich heen had gekeken en zijn zang had laten horen ging hij uitgebreid zijn verenkleed poetsen.

Ik schrijf ‘hij’ maar het kan ook niet zo goed een vrouwtje zijn geweest, qua uiterlijk zit er geen verschil tussen een mannetje en een vrouwtje.

Jongen van de koolmezen vliegen uit

Naast het terras bij de vijver hangt een nestkastje. Ook dit jaar werd het nestkastje bewoond door koolmezen.

Drie weken hebben de ouders zich uit de naad gewerkt om de jongen te voeren.  Het eten werd hen zo in de opengesperde snaveltjes geworpen en de uitwerpselen werden vervolgens weer keurig afgevoerd.

Maandag waren de jongen groot genoeg om uit te vliegen. De ouder zat op een afstandje en ‘riep’ de jongen naar buiten.

Degene die met de snavel vooraan stond bij het voeren vloog vast als eerste uit.

 

Er is altijd één de laatste. De ouders moesten wel heel erg hun best doen om deze kleine naar buiten te krijgen. Ondertussen moesten ze ook hun reeds uitgevlogen kroost in de gaten houden.

En daar kwam dan ook eindelijk de laatste naar buiten.

Nu is het akelig stil in en bij het nestkastje. Het piepen is verstomd en de ouders vliegen niet meer af en aan. Iedere keer moet ik daar weer aan wennen. Het is te hopen dat er spoedig nieuwe bewoners intrekken.

Boerenzwaluwen bij vogelkijkhut Blaustirns

Toen Jan en ik een tijdje aan het fotograferen waren in vogelkijkhut Blaustirns kregen we plotseling bezoek. Twee boerenzwaluwen waren neergestreken op de schutting buiten de vogelkijkhut.

Hun nest bevond zich binnenin de kijkhut. Ze leken enigszins terughoudend, want ze vlogen niet direct naar binnen. Misschien waren ze nog niet gewend aan fotografen in de kijkhut.

Ik vind het prachtige vogeltjes, zeker als de zon op het verenkleed schijnt.

Bosrietzanger

Nadat Jan en ik vanaf het pad meerdere foto’s  hadden genomen wandelden we verder naar de vogelkijkhut. Toen we daar aankwamen zagen we tot onze grote verrassing dat deze niet was afgesloten. Dat zou ook onzin zijn, want in deze vogelkijkhut kun je met twee personen prima 1,5 meter afstand houden.

Jan koos voor een bankje met weids uitzicht over het water. Ik stelde mij op bij een luikje met uitzicht op het riet. Ik hoorde in het riet een vogeltje het hoogste lied zingen. Het viel nog niet mee om het prachtig zingende vogeltje te ontdekken en vast te leggen. Meestal zag het vogeltje diep weggedoken in het riet.

Maar de aanhouder wint. Eindelijk zocht het vogeltje een plekje waarbij ik het vogeltje scherp in beeld kon krijgen.

Ik had daar ter plekke al gezien dat het geen ‘gewone’ rietzanger was. Bij het determineren op de computer kwam ik uit bij een bosrietzanger.

Een zangvogeltje moet je eigenlijk niet alleen maar zien, maar vooral ook horen. Om die reden heb ik een filmpje gemaakt van de bosrietzanger.