In het rietland

Op de prachtige lentedag waarop ik de bijen en de blauwe druifjes had vastgelegd reed ik ‘s middags naar het rietland van Klaas Jan. Dit rietland is gelegen tussen de buurtschappen Nederland en Kalenberg in natuurreservaat De Weerribben. Toen ik daar aankwam was Klaas Jan in geen velden of wegen te bekennen. Zijn auto stond er wel dus hij moest er wel zijn.

Na een mooie wandeling in het zonnetje, onderwijl genietend van de prachtige natuur, zag ik in de verte de keet van Klaas Jan.

In de buurt van de keet was Sander bezig met het snijden van het riet met behulp van een snit.

Vroeger sneed men alle riet met het snit. Nu worden alleen nog de hoekjes met het snit gesneden waar de rietmachine niet kan komen, zoals hier langs het slootje. Het snijden met snit gaat op de volgende manier. De rietsnijder harkt met het snit de rietstengels naar zich toe. Vervolgens pakt hij die stengels in zijn linkerhand om ze daarna door te snijden met het vlijmscherpe snit. Als zijn hand vol is legt hij het riet op een hoopje vlak achter hem. Ik vertelde aan Sander dat ik vroeger vaak met mijn vader mee ging naar het rietland en dat ik dit werk dan ook deed.

Op mijn vraag hoe Sander in het rietland verzeild was geraakt, vertelde Sander zijn verhaal. Hij zag een rietdekker aan het werk en vroeg zich toen af waar het riet vandaan kwam. Zijn interesse was gewekt. Op een dag fietste hij van school naar huis en toen zag hij ter hoogte van Muggenbeet een rietsnijder bezig met het snijden van het riet. Hij stapte naar die rietsnijder toe en vroeg of hij wel een keer mocht helpen. Dat vond die rietsnijder goed. Die rietsnijder was mijn zwager, Klaas. Toen mijn zwager besloot te stoppen met het snijden van het riet vroeg Sander aan Klaas Jan of hij hem dan mocht helpen. En zo is  Sander regelmatig aan de zijde van Klaas Jan te vinden.

Ook in de rietteelt deed de mechanisatie zijn intrede. Na het snit kwam de rietmaaier (links) en vervolgens de zelfbinder (rechts).  Het meeste riet wordt gemaaid met de zelfbinder. De lichtere rietmaaiers worden ingezet op  stukken die te zwaar zijn voor de zelfbinder. Het woord ‘zelfbinder’ suggereert dat het allemaal vanzelf gaat. Niets is minder waar, riet snijden is arbeidsintensief en zwaar werk. Jan heeft het gehele proces ooit mooi vastgelegd in een film, waarvan hier de trailer is te zien.

Vanaf de plaats waar Sander aan het werk was vervolgde ik mijn weg richting Klaas Jan. Tussendoor genoot ik van het uitzicht. Deze rietstengel stond te ver uit de oever en was ontsnapt aan de rietsnijders.

Wordt vervolgd. 

Bijen en blauwe druifjes

In onze tuin hebben we naast het terras een verhoogde border. In deze tijd van het jaar bloeien daar de blauwe druifjes. Terwijl ik daar heerlijk in het zonnetje lekker zat ‘af te schalen’ (in ziekenhuis zijn we aan het opschalen) zag ik dat de blauwe druifjes druk werden bezocht door de bijen. Ik haalde mijn camera met het macro-objectief op en ging er eens lekker voor zitten. Een bij streek neer op, de door de zon verwarmde, muurtje. Op de computer zag ik dat het arme beestje onder de mijten zat.

De bijen gingen nauwgezet ieder bloemetje bij langs om nectar te verzamelen. Ik koos deze keer voor een iets grotere scherpte/diepte en een korte sluitertijd. Ik wilde namelijk de bijen al vliegend vastleggen en dat lukt beter met de bovengenoemde instellingen. In de serie na onderstaande foto laat ik de bijen in vlucht zien.

Het was vandaag bij uitstek een prachtige dag om samen met mijn fotomaatje eropuit te gaan, bijvoorbeeld naar het rietland van Klaas Jan.  Maar helaas zit dat er vanwege Covid-19 niet in. Gezamenlijke fotokuiers zijn op dit moment niet verantwoord.  Omdat ik door mijn werk in de zorg veelal niet meer dan 50 cm verwijderd ben van mijn patiënten is de kans op besmetting groter. Ook al heb ik zelf nog geen ziekteverschijnselen ik kan het virus al wel bij mij dragen. Ik moet er dan ook niet aandenken dat Jan met zijn MS door mij besmet zou raken…

Jan heeft op zijn weblog treffend en mooi omschreven hoe onze gezamenlijke fotokuiers tot stand is gekomen en hoe de fotokuiers zijn uitgegroeid tot een mooie vriendschap. Deze vriendschap is er niet alleen tussen Jan en mij, ook met Aafje is er een warme vriendschap ontstaan. Met enige regelmaat praten we dan ook met z’n drieën gezellig bij.

En inderdaad… de liefde voor de macro-fotografie heb ik van Jan geleerd. Toen ik dat ontdekte ging er een wereld voor mij open.

 

Kikkerdril

Zoals ik in een eerdere post al schreef, de natuur laat zich niet tegenhouden. Niet door oorlogen, niet door ziekte, niet door sterven en niet door een Corona-crisis.

In onze vijver liggen sinds gisteren drie  hoopjes kikkerdril. Te schitteren in het lentezonnetje.

Vandaag heb ik het vijvernet opgetild en er enkele foto’s van gemaakt.

Fijn idee  hé dat de natuur toch gewoon z’n gang gaat en zich niet laat leiden door angst….

Een regenboog boven het Zwarte Water

Mijn zus en ik vervolgden onze rit over de dijk langs het Zwarte Water. We maakten een stop bij een volgend fotogeniek plekje. Een houten hek in een decor van riet stond in het hoge water. De dreigende lucht erboven maakte het plaatje compleet.

De dreigende lucht kwam snel dichterbij. Het hek kreeg nog net een streepje zonlicht mee.

En toen ontstond er voor ons oog een prachtige regenboog.

Een regenboog vind ik iedere keer weer zo bijzonder en als dat ook nog eens in een dergelijk decor is dan ervaar ik dat als een groot feest.

Een boog in de wolken als teken van trouw, staat boven mijn leven, zegt: ‘Ik ben bij jou! In tijden van vreugde, maar ook van verdriet, ben ik bij U veilig, U die mij ziet. Tijdens het schrijven van dit log klonk dit lied door de kamer. Het is een van mijn lievelingsliederen.

Om stil van te worden.

En toen was het voorbij en vervolgden we onze weg in de wetenschap dat we nooit alleen gaan…

Wordt vervolgd. 

Hoogwater en een vreemde eend bij Hasselt

Na onze fotosessie  aan de oostkant was onze volgende stop aan de andere kant van het Zwarte Water, ten noorden van Hasselt.  We parkeerden de auto onderaan de dijk. Zie Google Maps.

Ondanks de harde wind vloog er een grote groep meeuwen boven het Zwarte Water.

Ten noorden van ons stond een grote groep eenden op de oevers van het Zwarte Water. Het waren over het algemeen wilde eenden.

Er stonden echter ook een aantal zwarte met witte eenden tussen. Ik heb op internet gezocht maar kon niet vinden om wat voor eend het gaat. Kunnen jullie mij helpen aan een tenaamstelling?

De weilanden langs het Zwarte Water staan volledig onder water. Op dit plaatje van Google Maps zijn de weilanden te zien als ze niet zijn ondergelopen. Opnieuw kwam er een dreigende lucht aan…

… waar ook neerslag uitviel.

De bewoners van de huizen op de dijk hebben nu wel een mooi uitzicht over het water. Tenminste als je van water houdt. In het noorden is het nog zonnig, terwijl ten zuiden de bui langs trekt.

We stapten weer in de auto en vervolgden onze weg over de dijk.

Wordt vervolgd. 

Ondergelopen land bij het Zwarte Water

Vorige week zondagmiddag maakten mijn zus en ik een fotowandeling bij het Zwarte Water. Een dag eerder was mijn zus langs het Zwarte Water gereden en zag dat de weilanden langs het Zwarte Water volledig waren ondergelopen. Ze had toen geen camera mee en daarom wilde ze nog een keer terug en dan met camera. We parkeerden de auto nabij het gemaal Kloosterzijl aan de Sluizerdijk. Zie  Google Maps. Op de onderstaande foto is het zicht op Hasselt.

Over de Sluizerdijk loopt de N331, dat is een drukke weg tussen Zwartsluis en Hasselt. Wij volgden het weggetje onderaan de dijk. Getuige de rommel op het weggetje zou je denken dat het waterpeil nog hoger is geweest dan op het moment dat wij er waren.

We trotseerden de straffe wind en maakten een fikse wandeling langs het water. We zoomen in op de elementen die nog boven het hoge water uitsteken.

In het water stond een hekwerk voor het bijeendrijven van het vee en er lag nog een afgedekte bult.

Misschien is het een kuilbult, of een bult met aardappelen of suikerbieten, wie zal het zeggen. Het lijkt me in ieder geval dat het als verloren kan worden beschouwd. Aan de horizon is het industrieterrein van Genemuiden te zien. Genemuiden is bekend om de tapijtindustrie.

De dreigende lucht kwam steeds dichterbij. Het werd nog spannend of de volle laag zouden krijgen of dat het net bij ons langs zou trekken. We hebben wel een beetje regen gehad, maar gelukkig konden we net op dat moment schuilen onder de boom…

Dit was ongeveer het verste punt. Vanaf dit punt wandelden we weer terug naar de auto. Even later vervolgden we onze reis naar Hasselt. Op onderstaande foto is een toren en de brug van Hasselt te zien.

Wordt vervolgd. 

Aalscholvers, scholeksters en smienten (2)

Vandaag zoom ik in op  de aalscholvers, de scholeksters en de smienten  op en rond de strekdam in het Tjeukemeer. Omdat de drie vogelsoorten vaak samen op de foto staan pak ik de drie de soorten in één uitgebreide post.

De scholeksters stonden keurig in het gelid op de strekdam. De smienten stonden een rang lager hun veren te poetsen. Een aalscholver stond er als heer en meester tussen.

Hieronder zoom ik in op de twee achtergebleven aalscholvers. De aalscholvers waren in voorjaarskleed. De aalscholver is dan op z’n mooist. De wangen en dijen zijn wit bevederd en de kruin en nek zijn voorzien van zilverwitte manen. De niet-bevederde keel kleurt dan geel. Dit prachtkleed verdwijnt in de loop van het broedseizoen.

Het bleef niet lang rustig bij de scholeksters, regelmatig leek het net een stoelendans of beter gezegd, een stenendans. Het zoeken naar een nieuwe plekje op een andere steen ging niet zonder slag of stoot, de zittende orde liet zich niet zomaar opzij schuiven.

Bij de smienten zag het er rustiger uit, vreedzaam dobberde de groep rond de strekdam.

 

Aalscholvers, scholeksters en smienten

Vandaag is het vervolg op de serie  aan het Tjeukemeer. Op de strekdam stonden enkele aalscholvers en vele scholeksters. En voor de strekdam dobberden een tiental smienten.  De meeste aalscholvers waren niet van onze komst gediend en kozen meteen het luchtruim.

Ook een paartje smienten ging op de vleugels.

Na een korte tijd kwamen er nog veel meer scholeksters aangevlogen.

En zo waren Tsjûke en March in gezelschap van één aalscholver, een tiental smienten en pakweg 200 scholeksters.

Wordt vervolgd. 

Gemaal Veenpolder Echten aan het Tjeukemeer

Na ons bezoek aan het  Wouda-gemaal reden we binnendoor naar Echten. Daar stelde ik aan mijn zus voor om een kijkje te nemen aan het Tjeukemeer (Tsjûkemar in het Fries). We parkeerden onze auto op de parkeerplaats bij de Laurenskerk.

Vanaf daar staken we de weg over en namen het pad naar het Tjeukemeer. Tussen de bomen door doemde het gemaal van Echten op.

In 1913 werd het huidige stoomgemaal gebouwd, waarbij de waterhuishouding van de polder zodanig gereorganiseerd werd dat het nieuwe gemaal de gehele polder kon bemalen. De windbemaling kon hierdoor vervallen. Het gemaal werd op de funderingen van de oudere voorganger gebouwd en kreeg een aangebouwde dienstwoning. Voor alle informatie over dit gemaal verwijs ik naar deze site.

Aan de andere kant van het dijkje wachtte ons een mooie verrassing, maar daar kom ik in een volgend logje op terug.

In 1996 werd het gemaal buiten dienst gesteld en vervangen door een nieuw ondergronds gelegen gemaal, naast het oude complex. In de jaren 2004/2005 werd het gemaal gerestaureerd en in 2007 kreeg het voormalig stoomgemaal weer zijn schoorsteen terug.  Het gemaal is erkend als rijksmonument. In de pompruimte met machinerie is een expositie ingericht over de vervening van de polder van Echten. In het vroegere ketelhuis van het gemaal is een galerie gevestigd.  Het Gemaal-Museum en Galerie het Gemaal zijn gedurende de zomermaanden open op zaterdag- en zondagmiddag.

Aan het Tjeukemeer staat sinds 1996 een standbeeld van Tsjûke en March . Het standbeeld is ontworpen door beeldend kunstenaar Frits Stoop en uitgevoerd door hemzelf en Alie Stoop-Jager.

De legende over de dames Tsjûke en March en de naamgeving aan het Tsjûkemar luidt als volgt. Twee boerinnen kwamen terug van het melken toen ze een brandje ontdekten. De ene boerin droeg de melk en de andere droeg niets. De laatste zei dat de melk gebruikt moest worden om de brand te blussen, maar daar wilde de eerste niets van weten. Reden genoeg voor de boerin zonder melk om haar metgezellin uit te schelden voor Tsjûke en daarmee voor teef, want met Tsjûke werd een vrouwtjeshond bedoeld. Het woord bleef gekoppeld aan de streek. En zo zou het Tsjûkemar zijn naam hebben gekregen. Een andere versie gaat als volgt. Er waren eens twee zusjes, Tsjûke en March. Zij waren bij elkaar toen er brand uitbrak. Door de dichte rook verloren ze elkaar echter uit het zicht. Door elkaars naam te roepen probeerden ze elkaar te vinden. Nog lang waren hun stemmen in het gebied te horen, wie goed luisterde kon het verstaan Tsjûke, March, Tsjûke, March, Tsjûke, March…… En zo zou het Tsjûkemar zijn naam gekregen hebben. Deze laatste versie vind ik leuker.

Het was niet de eerste keer dat ik bij dit gemaal aan het Tjeukemeer was, in augustus 2015 zaten Jan en ik op deze plek naar het skûtsjesilen te kijken. Jan heeft er op zijn weblog in woord en beeld een mooi verslag van gemaakt zie deel 1, deel 2 en deel 3.

Wordt vervolgd. 

Ir D.F. Wouda-gemaal te Lemmer (2)

In een reactie op deel 1 over  het Wouda-gemaal vroeg Henk het volgende: ‘Een rondleiding lijkt me leuk en leerzaam maar het beperkt me wel in m’n fotografische mogelijkheden als je steeds op sleeptouw wordt genomen. Is een rondgang onder begeleiding verplicht of mag je ook op eigen houtje een rondje doen? Waarop ik het volgende antwoordde: ‘Wij zijn ook niet van de rondleidingen. We hebben ongeveer 5% van het verhaal gehoord.  Enerzijds omdat het verhaal overstemd werd door de mechanische geluiden en anderzijds omdat een rondleiding en fotograferen van details niet samengaan. We raakten dan ook flink achterop, maar niemand die ons ‘kwaad’ aankeek.’ Ik durf niet te zeggen of een rondleiding verplicht is. Mijn zus en ik waren van mening dat de informatie van de gids vast terug te vinden is op internet…

Sinds de opening door Koningin Wilhelmina in 1920 levert het Wouda-gemaal een grote bijdrage aan het voorkomen dat het Friese land bij hevige regenval overstroomt. Voordat het stoomgemaal in werking trad werd het overtollige Friese boezemwater eeuwenlang met windmolens en sluizen naar de Zuiderzee en Waddenzee afgevoerd. Door het dalen van veengrond werd dit in de loop van de 19e eeuw steeds problematischer, en daarom was de bouw van het stoomgemaal bij Lemmer een grote sprong voorwaarts op het gebied van waterbeheersing in de waterrijke provincie Friesland.

Waar het Woudagemaal in zijn beginjaren de belangrijkste rol speelde in het afvoeren van water, is deze belangrijke taak in 1967 overgenomen door het elektrische Hooglandgemaal bij Stavoren. Dit heeft er, samen met de afsluiting van de Lauwerszee, voor gezorgd dat het Wouda-gemaal aanzienlijk minder vaak hoeft te pompen. Hoewel het gemaal dus enkel bij extreem hoog water in werking komt speelt het monument in zulke gevallen nog steeds een belangrijke rol. De stoommachines kunnen dan per dag 6 miljoen m³ wegpompen, wat gelijk staat aan de halve inhoud van het Sneekermeer. Ook naar huidige maatstaven is dat een flinke capaciteit.

Voordat het stoomgemaal daadwerkelijk water weg kan pompen moet er eerst een bepaalde druk worden opgebouwd. In 6 uur wordt er door een ploeg van minimaal 11 mensen hard gewerkt om de ketels te vullen met water, de zware stookolie te verwarmen en de ketels op te starten. Na deze 6 uur draait de bijna 100 jaar oude machine op volle toeren.

Omdat het opstarten van het gemaal zo’n 6 uur kost, komt het voor dat de machine preventief wordt opgestart. Wanneer verwacht wordt dat het waterpeil boven de limiet stijgt wordt het stoomgemaal onder druk gezet om indien nodig gelijk bij te kunnen springen.

De complete stoomploeg bestaat uit 15 man. Er is altijd 11 man beschikbaar voor het geval het nodig mocht zijn om het gemaal op te starten. Wanneer het Wouda-gemaal onder stoom wordt gebracht ontstaat er een magistrale gebeurtenis. Het is een spectaculair gezicht om dit imposante gebouw ‘in rook’  te zien opgaan. Op het moment dat wij daar stonden ontsnapte er zo nu en dan een beetje rook.

Bovenstaande informatie komt van deze site.

Wordt vervolgd.